Wikisoc - De vrije informatiebron over sociaal recht in België

Welkom op de WikiSoc blog

WikiSoc is een blog waarin prof. Willy van Eeckhoutte fouten signaleert in of vragen stelt bij informatie over arbeids- of socialezekerheidsrecht in de media.
Niet de zoveelste opinie, maar hard recht

Terug naar overzicht
De Standaard, woensdag 25 februari 2015, p. 1

“Mes in het uitgesteld loon”.

 Toen ik de bovenstaande kop op de eerste bladzijde van De Standaard te lezen kreeg, dacht ik dat de wetgever zwaar zou snoeien in de berekening van de pensioenen van statutaire ambtenaren, in de overheidspensioenen dus.

 Maar de ondertitel liet al blijken dat dit niet juist is: “De verzekeringssector wil dat de regering zwaar het mes zet in het uitgesteld loon van de werknemers. Werknemers zouden tienduizenden euro’s van hun aanvullend pensioen verliezen”, aldus Pascal Dendooven.

 Guy Tegenbos schrijft in zijn commentaar op de bladzijde 2: “De verzekeraars die groepsverzekeringen aanbieden voor aanvullende bedrijfspensioenen, proberen van een wettelijke verplichting af te geraken. De wet – van de hand van Frank Vandenbroucke toen die minister van Financiën was in 2003-2004 – garandeert de werknemer een rentevoet van 3,25 % op het kapitaal dat in zo’n verzekering gespaard is.

Sinds de financiële crisis van 2008 zijn de rendementen niet meer wat ze ooit zijn geweest. De verzekeraars doen een agressief voorstel: een rente van 0,4 % willen zij nog garanderen, minder dan wat een domme huisvader zelf aankan. Ze willen dit niet alleen voor de nieuwe contracten, maar willen ook inbreken in de nieuwe contracten, hoewel die verzekeringscontract én arbeidscontract zijn: zo’n pensioen is uitgesteld loon.” (vettekst door mij aangebracht).

 

 Loon

Het is natuurlijk juist dat een aanvullend pensioen en/of de financiering daarvan in de regel deel uitmaakt van de arbeidsvoorwaarden waarop een werknemer rechtstreeks of onrechtstreeks recht heeft op grond van zijn arbeidsovereenkomst. Het is ook juist dat de premies of stortingen loon voor de financiering daarvan loon zijn in de zuiverste zin van het woord: zij vormen een deel van de tegenprestatie van arbeid verricht ter uitvoering van de arbeidsovereenkomst.

 

 Uitgesteld loon

Maar uitgesteld loon zou ik de aanvullende pensioenen niet noemen. In de Belgische wetgeving komt die term enkel voor in de wet van 28 december 1967 betreffende een uitgesteld loon in land- en tuinbouw. Hij staat daar niet om een eigenlijk pensioen aan te duiden, maar een vergoeding waarop afstammelingen van een land- of tuinbouwer of van zijn echtgenoot, en de echtgenoten van die afstammelingen, aanspraak kunnen maken die na de leeftijd van achttien jaar gedurende ten minste vijf jaar doorlopend een niet beloonde normale arbeid hebben verricht op het bedrijf van die land- of tuinbouwer of van zijn echtgenoot. Het gaat hier dus letterlijk om het rechtstreeks, en dus niet met een pensioen, belonen van arbeid op een later tijdstip dan dat waarop dat normaal gebeurd. Om uitgesteld loon dus. Het is overigens vastgesteld op de helft van het brutoloon van een geschoold landbouwarbeider of -arbeidster gedurende de periode van werkelijke arbeid.

 In de context van pensioenen wordt de term uitgesteld loon enkel gebruikt om overheidspensioenen aan te duiden.

 Zoals blijkt uit een arrest van het Grondwettelijk Hof van 10 mei 2006, nr. 73/2006 is dat vooreerst zo in de ogen van de wetgever zelf. Het Hof verwijst in dat arrest naar de wetsgeschiedenis van de wet van 15 mei 1984 houdende maatregelen tot harmonisering in de pensioenregelingen. Tijdens de parlementaire voorbereiding van die wet heeft de bevoegde staatssecretaris de keuze voor een overlevingspensioen, en niet voor een rustpensioen, voor de uit de echt gescheiden echtgenoot van een ambtenaar toegelicht als volgt:

 « Men kan echter de pensioenregeling van de staatsambtenaren niet wijzigen, aangezien het                     pensioenrecht een individueel recht is of een uitgesteld loon. Zolang men die interpretatie niet opgeeft, is het dus niet mogelijk aan de uit de echt gescheiden vrouw een rustpensioen toe te kennen. Het ware ondenkbaar aan iemand die niet in dienst van de Staat gewerkt heeft, een uitgesteld loon toe te kennen.».

(Parl. St., Kamer, 1983-1984, nr. 855/18, p. 22)

 Het Grondwettelijk Hof treedt die benadering bij in een vaste rechtspraak:

  “In tegenstelling tot het rustpensioen voor werknemers en zelfstandigen, wordt het rustpensioen in de overheidssector beschouwd als een uitgestelde wedde; het wordt niet gefinancierd door sociale bijdragen. Uit dat fundamentele verschil vloeit een aantal gevolgen voort, die eigen zijn aan de logica van elk van de systemen”.

(GwH 10 mei 2007, nr. 73/206, ro B.7; GwH 11 januari 2006, nr. 4/2006, ro B.6).

en

B.5.1. Het rustpensioen is bestemd om de werknemer na het beëindigen van zijn functie een inkomen te verzekeren. Het wordt met name berekend op basis van de loopbaan van de werknemer en van de tijdens die loopbaan verdiende bezoldigingen. Het wordt, in de particuliere sector, gefinancierd uit door de werkgevers en de werknemers afgedragen bijdragen.

In de overheidssector staat het rustpensioen gelijk met een uitgestelde wedde. Het wordt niet gefinancierd door inhoudingen op de wedde van de ambtenaar.

               (GwH 13 juni 2013, nr. 88/2013).

evenals

B.2.2. Het rustpensioen is bestemd om de werknemer na het beëindigen van zijn functie een inkomen te verzekeren. Het wordt met name berekend op basis van de loopbaan van de werknemer en van de in de loop van die loopbaan verdiende bezoldigingen. Inde openbare sector staat het gelijk met een uitgestelde wedde; het wordt niet gefinancierd

14door inhoudingen op de wedde van de ambtenaar. In de particuliere sector wordt het met name gefinancierd uit door de werkgevers en de werknemers afgedragen bijdragen.

                 (Arbitragehof 4 juli 1991, nr. 17/91).

 Dat is overigens ook de benadering van de Rijksdienst voor pensioenen:

De RVP stelt dat het pensioenstelsel van de werknemers en dat van de ambtenaren elk hun finaliteit hebben en niet kunnen worden vergeleken. Zo heeft het pensioenstelsel van de ambtenaren tot doel de betrokkenen een uitgesteld loon uit te keren, terwijl het pensioenstelsel van de werknemers tot doel heeft de betrokkenen een vervangingsinkomen uit te keren. Vanaf het ogenblik dat het voor de ambtenaren gaat om het uitkeren van een uitgesteld loon, zou het logisch zijn dat het bedrag van dat loon zoveel mogelijk het laatste loon dat vóór de pensionering werd ontvangen, benadert”.

(GwH 13 juni 2013, nr. 88/2013, onder A.2.1)

 Dat het in de aankondiging van Assuralia gaat om “tweedepijlerpensioenen” en niet om wettelijke pensioenen verandert daaraan natuurlijk niets. Zoals op (de betaling van) de premies en stortingen (aan de verzekeraars en de pensioenfondsen) waarmee aanvullende pensioenen worden gefinancierd, heeft de werkgever recht op de (betaling van de) werkgeversbijdragen voor wettelijke pensioenen (aan de RSZ). En zij eigen pensioenbijdragen worden van zijn loon afgehouden, zodat zij er deel van uitmaken. Toch zijn de wettelijke pensioenen in de particuliere sector evenmin uitgesteld loon als de aanvullende.

 

Conclusie

 

Om begripsverwarring te voorkomen is het beter de aanvullende pensioenregelingen van de particuliere sector niet uitgesteld loon te noemen.

 [Anders dan ik gebruikelijk doe, kan ik u hier geen leesbaar beeld tonen van het artikel in De Standaard. Tot op het ogenblik van het versturen van deze post was de krant “door een technisch probleem niet beschikbaar in de gebruikelijke vorm”].

Inschrijven

Updates ontvangen via mail?

WikiSoc volgen via Twitter

 

Wikisoc volgen via Google+

 

 

WAT? wx5 (wwwww) 

 Wij Willen Wettelijke Waarheden Weten 

 

De media verspreiden voortdurend informatie die rechtstreeks of onrechtstreeks juridisch is.

  

Wikisoc speurt naar nieuwsmededelingen met sociaalrechtelijke informatie die vragen oproepen (en probeert die vragen te beantwoorden).

 

 

VOOR WIE?

 

 Voor de (al dan niet eeuwige) student en voor al wie (minstens voor een stukje) leeft om te leren, zoals de auteur.

 

 

DE AUTEUR 

 

 

advocaat Willy van Eeckhoutte

 

professor Willy van Eeckhoutte

 

ANDERE INFORMATIE OVER SOCIAAL RECHT:

klik op de afbeelding

 

 

           

 

          

 

 

Trefwoorden