Wikisoc - De vrije informatiebron over sociaal recht in België

Welkom op de WikiSoc blog

WikiSoc is een blog waarin prof. Willy van Eeckhoutte fouten signaleert in of vragen stelt bij informatie over arbeids- of socialezekerheidsrecht in de media.
Niet de zoveelste opinie, maar hard recht

Terug naar overzicht
De Morgen, dinsdag 17 februari 2015, p. 1

“De voordelige RSZ-regeling voor voetbalclubs”

 Van rekenen houd ik niet (van sport overigens ook niet), maar wat moet, moet. Maximaal 678 euro per maand, waar haalt men het vandaan?

 

 Betaalde sportbeoefenaars

 Professionele voetbalspelers zijn in de regel werknemers. Het zijn betaalde sportbeoefenaars. Als hun jaarloon (in de periode tussen 1 juli 2014 tot 30 juni 2015) 9.400 euro te boven gaat, vallen zij bovendien onder de bijzondere Arbeidsovereenkomstenwet Betaalde Sportbeoefenaars (art. 1 en art. 2, § 1, eerste lid van die wet en art. 1 koninklijk besluit van 27 mei 2014 tot vaststelling van het minimumbedrag van het loon dat men moet genieten om als een betaalde sportbeoefenaar te worden beschouwd).

In dat geval worden zij, op grond van artikel 3 van de Arbeidsovereenkomstenwet Betaalde Sportbeoefenaars, overigens zelfs onweerlegbaar vermoed verbonden te zijn door een arbeidsovereenkomst voor bedienden. Het Hof van Cassatie besliste zeer recent dat dit vermoeden zowel slaat op de hoedanigheid van bediende als op het bestaan van een arbeidsovereenkomst (Cass. 26 januari 2015, S.14.0001.N). Voordien was dat laatste betwist.

 

Beroepsvoetbalspelers

 Specifiek voor beroepsvoetbalspelers doet de wet van 3 maart 1977 betreffende de toepassing van de sociale zekerheidswetgeving op de beroepsvoetbalspelers deze laatsten enkel vallen onder de ziektekostenverzekering en de pensioenregeling (artikel 1 van die wet vermeld ook de gezinsbijslagregeling, maar het toepassingsgebied daarvan wordt sinds 1 januari 2015 geregeld door de Algemene Kinderbijslagwet, die ook op zelfstandigen en ambtenaren van toepassing is).

 Die beperking heeft tot gevolg dat van het percentage van de basiswerkgeversbijdrage (24,92 %), het percentage van de werkgeversbijdragen mag worden afgetrokken voor de regeling van de arbeidsongeschiktheidsuitkeringen van de ziekteverzekering (2,35 %) en dat van de werkgeversbijdrage voor de werkloosheidsverzekering (1,46 %). Onder de arbeidsongevallen- en de beroepsziekteregeling vallen beroepsvoetbalspelers ook, omdat het toepassingsgebied van die wetgeving verwijst naar het geheel of gedeeltelijk ressorteren onder de RSZ-wet.

 Dat leidt tot een percentage van 24,92 – 2,35 – 1,46 = 21,14 %.

 Dat percentage moet niet worden toegepast op het werkelijke loon van de beroepsvoetbalspelers, maar op bij koninklijk besluit vastgesteld forfaitaire dag- en maandbedragen, aldus artikel 2 van de wet van 3 maart 1977.

Aan die bepaling is uitvoering gegeven door artikel 31 van het Uitvoeringsbesluit RSZ-wet. Dat artikel heeft weliswaar betrekking op de betaalde sportbeoefenaars ten aanzien van wie op grond van de artikelen 6 en 6bis van dat besluit de toepassing van de sociale zekerheid voor werknemers werd beperkt tot bepaalde sectoren (op grond van die bepalingen vallen betaalde sportbeoefenaars andere dan beroepsvoetbalspelers ook onder de regeling van arbeidsongeschiktheidsuitkeringen van de ziekteverzekering en onder de werkloosheidsverzekering, m.a.w. onder alle regelingen met uitzondering van de jaarlijkse vakantie), terwijl de beperking voor de beroepsvoetbalspelers steunt op de wet van 3 maart 1977. Maar wellicht beschouwt men wie daarover valt, als een kniesoor.

 Volgt men die redenering, dan geldt als basis voor de berekening van de werkgeversbijdragen voor sociale zekerheid die de voetbalclubs verschuldigd zijn, op grond van het voornoemde artikel 31 het maximale bedrag dat in aanmerking genomen wordt voor de berekening van de werkloosheidsuitkering, zoals bepaald in artikel 111 van het Werkloosheidsbesluit. Om het moeilijk te maken, vermeldt die laatste bepaling sinds 1 januari 2009 verschillende grensbedragen, naargelang van de periode van werkloosheid waarin de betrokken zich verbindt (A, B, C, AX, AY en AZ), iets waarmee artikel 31 van het Uitvoeringsbesluit RSZ-wet geen weet had toen het, met ingang van 1 januari 2008, de versie kreeg die het nu heeft.

 Nemen wij, lankmoedig als wij bij de toepassing van socialezekerheidsbepalingen moeten zijn, het eerste (het beste) bedrag, het grensbedrag A, dan komen wij aan 21,14 % van (geïndexeerd) 82,6259 euro per dag of 2.148,27 euro per maand (per 1 januari 2015). De werkgeversbijdrage beloopt aldus 454,14 euro werkgeversbijdragen per maand.

Klutsen wij daar nog een paar bijdragen bij, zoals de loonmatigingsbijdrage en die voor het Sluitingsfonds en het Asbestfonds – de moed zinkt mij in de schoenen om de berekening te maken – dan komen wij mogelijk aan de maximaal 678 euro bijdragen per maand waarover De Morgen het heeft.

 

Conclusie

 Wie dergelijke wangedrochten ontwerpt, zou doodbeschaamd moeten zijn.

 

Categorieën: RSZ Sportbeoefenaars

Inschrijven

Updates ontvangen via mail?

WikiSoc volgen via Twitter

 

Wikisoc volgen via Google+

 

 

WAT? wx5 (wwwww) 

 Wij Willen Wettelijke Waarheden Weten 

 

De media verspreiden voortdurend informatie die rechtstreeks of onrechtstreeks juridisch is.

  

Wikisoc speurt naar nieuwsmededelingen met sociaalrechtelijke informatie die vragen oproepen (en probeert die vragen te beantwoorden).

 

 

VOOR WIE?

 

 Voor de (al dan niet eeuwige) student en voor al wie (minstens voor een stukje) leeft om te leren, zoals de auteur.

 

 

DE AUTEUR 

 

 

advocaat Willy van Eeckhoutte

 

professor Willy van Eeckhoutte

 

ANDERE INFORMATIE OVER SOCIAAL RECHT:

klik op de afbeelding

 

 

           

 

          

 

 

Trefwoorden