Wikisoc - De vrije informatiebron over sociaal recht in België

Welkom op de WikiSoc blog

WikiSoc is een blog waarin prof. Willy van Eeckhoutte fouten signaleert in of vragen stelt bij informatie over arbeids- of socialezekerheidsrecht in de media.
Niet de zoveelste opinie, maar hard recht

Terug naar overzicht
De Tijd woensdag 5 maart 2014, p. 3

Als juristen aan het cijferen slaan

 “De toeslag die het bedrijf uitkeert, is minstens gelijk aan de helft van het verschil tussen het laatste verdiende nettoloon en de werkloosheidsuitkering. Stel dat een werknemer 3.500 euro netto verdiende en hij een werkloosheidsuitkering van 1.400 euro opstrijkt, dan moet de onderneming daar dus minstens 1.050 euro bovenop leggen. Minstens, want in de collectieve arbeidsovereenkomst (cao) die op sector- of ondernemingsniveau is onderhandeld, kan daar nog een smak bovenop gelegd worden”.

Jasper D’HOORE, De Tijd woensdag 5 maart 2014, p. 3

 Ik ben niet sterk in cijfers (daarom ben ik jurist geworden en bv. geen ingenieur of schrijnwerker) maar ik denk dat de aanvulling ook minder kan zijn dan de helft van het verschil tussen het laatstverdiende nettoloon en de werkloosheidsuitkering.

Om een beroep te kunnen doen op de voordelige regeling op het vlak van werkloosheidsuitkering die geldt in het SWT (stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag), moet de aanvullende vergoeding minstens gelijkwaardig zijn aan die bepaald in de CAO nr. 17 (art. 2, § 2, koninklijk besluit 3 mei 2007 tot regeling van het stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag).

 De aanvullende vergoeding boven de werkloosheidsuitkering is volgens die cao inderdaad gelijk aan minstens de helft van het verschil tussen netto en werkloosheidsuitkering. Maar het netto is niet het nettoloon, maar het “netto-referteloon”, zegt artikel 5 (zo staat het woord geschreven in het Belgisch Staatsblad van 31 januari 1975, p.1056) in goed Nederlands zou het trouwens nettoreferentieloon moeten zijn: netto wordt aaneengeschreven met het zelfstandig naamwoord en referte is Belgisch voor referentie). Het bedrag van het “nettoreferteloon” (in het volgende artikel, in de versie ingevoerd in 2002, Belgisch Staatsblad 12 maart 2002, p. 9841, is inderdaad het koppelteken verdwenen: taal evolueert) is gelijk aan het brutomaandloon begrensd tot 2.610,69 euro en verminderd met de persoonlijke socialezekerheidsbijdrage en de fiscale inhouding. Weliswaar is die grens gekoppeld aan de schommelingen van het indexcijfer van de consumptieprijzen en wordt hij op 1 januari van elk jaar herzien rekening houdend met de evolutie van de lonen (art. 6 CAO nr. 17). Beide aanpassingen brachten de grens van het nettoreferentieloon per 1 januari 2013 op 3.780,69 euro.  De Nationale Arbeidsraad besloot in 2O14 geen herwaarderingscoëfficiënt toe te passen.

 Maximale aanvullende vergoeding

 Een brutoloon van 3.780,69 euro kan natuurlijk nooit 3.500 euro netto opleveren, althans niet in België. Wel maximaal 2.496,34 euro.

 Dat betekent dat het maximale aanvullende vergoeding die iemand kan ontvangen met toepassing van de vergoedingsregeling van de CAO nr. 17 (afwijkende sectorale of ondernemingsregelingen zijn mogelijk) als volgt dient te worden berekend:

½ [(3.780,69 euro – 13,07 % persoonlijke socialezekerheidsbijdrage – 790,21 bedrijfsvoorheffing*) = 2.496,34 euro] – 1.248 euro werkloosheidsuitkering**= 624,17 euro.

 *De minimale bedrijfsvoorheffing, d.i. voor een persoon met een echtgenoot zonder eigen beroepsinkomsten, op een netto-belastbaar loon van 3.780,69 euro – 13,07 % persoonlijke socialezekerheidsbijdrage  = 3.286,55 euro bedraagt 790,21 euro.

**De maximale werkloosheidsuitkering bedraagt sinds 1 september 2013 1.248 euro per maand

 

Minimale aanvullende vergoeding

 De minimale aanvullende vergoeding, voor iemand met het gemiddeld minimum maandinkomen, kan als volgt worden berekend:

½ [(1.559,38 euro- 13,07 % persoonlijke socialezekerheidsbijdrage – 212,67 euro bedrijfsvoorheffing***)= 1.142,90] – 1.134,90 euro werkloosheidsuitkering**** = 4 euro.

 *** De maximale bedrijfsvoorheffing, d.i. voor een alleenstaande of een persoon met een echtgenoot met eigen beroepsinkomsten, op een netto-belastbaar loon van 1.559,38 euro - 13,07 % persoonlijke socialezekerheidsbijdrage = 1.355,57 euro bedraagt 212,67 euro.

****De minimale werkloosheidsuitkering (verhoogd bedrag) bedraagt sinds 1 september 2013 1.603,16 euro

 

 Conclusie

 De aanvullende vergoeding SWT met toepassing van de regeling van de CAO nr. 17, d.w.z. niet verhoogd op sector of ondernemingsvlak, schommelt in theorie tussen 4 en 624, 17 euro per maand. Of reken ik  iets verkeerd? (Het zou de eerste keer niet zijn). 

Inschrijven

Updates ontvangen via mail?

WikiSoc volgen via Twitter

 

Wikisoc volgen via Google+

 

 

WAT? wx5 (wwwww) 

 Wij Willen Wettelijke Waarheden Weten 

 

De media verspreiden voortdurend informatie die rechtstreeks of onrechtstreeks juridisch is.

  

Wikisoc speurt naar nieuwsmededelingen met sociaalrechtelijke informatie die vragen oproepen (en probeert die vragen te beantwoorden).

 

 

VOOR WIE?

 

 Voor de (al dan niet eeuwige) student en voor al wie (minstens voor een stukje) leeft om te leren, zoals de auteur.

 

 

DE AUTEUR 

 

 

advocaat Willy van Eeckhoutte

 

professor Willy van Eeckhoutte

 

ANDERE INFORMATIE OVER SOCIAAL RECHT:

klik op de afbeelding

 

 

           

 

          

 

 

Trefwoorden