Wikisoc - De vrije informatiebron over sociaal recht in België

Welkom op de WikiSoc blog

WikiSoc is een blog waarin prof. Willy van Eeckhoutte fouten signaleert in of vragen stelt bij informatie over arbeids- of socialezekerheidsrecht in de media.
Niet de zoveelste opinie, maar hard recht

Terug naar overzicht

Hoe groot is de kans dat een bediende aanspraak kan maken op de betere bescherming van een arbeider?

Vanaf 1 januari 2014 willekeurig ontslag inroepen als bediende

19 december 2013
De Tijd, donderdag 19 december 2013, p. 5

 

“Intussen blijft de oude regeling van toepassing. Een ontslagen bediende kan ondertussen wel proberen zijn mindere ontslagbescherming voor een rechtbank aan te vechten. Juristen achten de kans echter klein dat een bediende aanspraak kan maken op de betere bescherming van een arbeider”.

               Jasper D'Hoore in De Tijd van donderdag 19 december 2013, p. 5

 

Pardon? De betere bescherming van een arbeider? Is het niet omgekeerd?

Neen, zoals het artikel aantoont gaat het natuurlijk om de betere bescherming die een werkman of een werkster (dat is de correcte term voor arbeiders die vallen onder de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten, afgekort als Arbeidsovereenkomstenwet) geniet op het vlak van de motivering van een ontslag. Als een werkman of werkster die voor onbepaalde tijd werd aangeworven, betwist ontslagen te zijn om een deugdelijke persoonlijke of economische of organisatorische reden, moet zijn werkgever dergelijke reden bewijzen. Zo niet, zegt artikel 63 van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten, gaat het om een willekeurig ontslag. Dat geeft de werkman of werkster recht op een forfaitaire schadevergoeding gelijk aan zes maanden brutoloon.

Bedienden genieten dergelijke bescherming niet. Worden zij om een onheuse reden of zonder reden ontslagen, dan moeten zij bewijzen dat dit het geval is en welke schade zij daardoor hebben geleden. Dat maakt de bewijslast veel zwaarder.

Zoals Jasper D’Hoore schrijft, was het de bedoeling dat de sociale partners die ongelijkheid vóór 1 januari zouden ongedaan maken door een motiveringsregeling uit te werken voor alle werknemers. Zij zijn daarin niet geslaagd.

De vraag rijst dan ook of bedienden daaromtrent na die datum iets kunnen ondernemen. Tot dan was de ongelijke behandeling volgens het Grondwettelijk Hof verantwoord omdat de betere bescherming van de werklieden en werksters op het vlak van motivering van het ontslag als een compensatie te beschouwen was voor de kortere opzeggingstermijnen die moeten worden in acht genomen als zij worden ontslagen. Maar, zoals men weet, de zgn. wet op het eenheidsstatuut, die eraan komt, harmoniseert de opzeggingstermijnen van werklieden en bedienden in grote mate vanaf 1 januari 2014. De rechtvaardiging voor het onderscheid op het vlak van de motivering komt m.a.w. te vervallen.

Kunnen bedienden daaromtrent iets doen?

In ieder geval blijft artikel van de Arbeidsovereenkomstenwet ook na 31 december 2013 bestaan, evenals het onderscheid tussen werklieden en bedienden dat die wet in de artikelen 2 en 3 maakt. Artikel 63, waarvan de toepassing beperkt is tot met een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd aangeworven werknemers die in hoofdzaak handarbeid verrichten, kan dus niet zomaar worden toegepast op werknemers die in hoofdzaak hoofdarbeid verrichten.

Het onderscheid tussen die bepaling voor werklieden en de ontstentenis van een vergelijkbare bepaling voor bedienden zou kunnen worden “aangevochten”, met name doordat een rechter, al dan niet op verzoek van een partij in een voor hem hangend geding, aan het Grondwettelijk Hof vraagt of er op dit vlak geen sprake is van strijdigheid met het grondwettelijk gelijkheidsbeginsel en discriminatieverbod. Nu de opzeggingstermijnen vanaf 1 januari 2014 geharmoniseerd zijn, zal het Hof wellicht van oordeel zijn dat dit thans inderdaad het geval is. Dat zou kunnen leiden tot het gevolgtrekking dat artikel 63 van de Arbeidsovereenkomstenwet strijdig wordt verklaard met de Grondwet in de mate dat zijn toepassingsgebied wordt beperkt tot werklieden. De rechter mag die bepaling dan ook toepassen alsof de beperking tot werklieden er niet in staat.

Conclusie

Zomaar artikel 63 van de Arbeidsovereenkomstenwet op bedienden gaan toepassen vanaf 1 januari 2014 kan niet. Maar langs de omweg van een prejudiciële vraag kan hetzelfde resultaat wel worden bereikt. Vraag is of tegen het zo ver is, er al niet lang een nieuwe, aan werklieden en bedienden gemeenschappelijke regeling zal zijn uitgewerkt, zo niet door de sociale partners, dan toch door de wetgever.

Inschrijven

Updates ontvangen via mail?

WikiSoc volgen via Twitter

 

Wikisoc volgen via Google+

 

 

WAT? wx5 (wwwww) 

 Wij Willen Wettelijke Waarheden Weten 

 

De media verspreiden voortdurend informatie die rechtstreeks of onrechtstreeks juridisch is.

  

Wikisoc speurt naar nieuwsmededelingen met sociaalrechtelijke informatie die vragen oproepen (en probeert die vragen te beantwoorden).

 

 

VOOR WIE?

 

 Voor de (al dan niet eeuwige) student en voor al wie (minstens voor een stukje) leeft om te leren, zoals de auteur.

 

 

DE AUTEUR 

 

 

advocaat Willy van Eeckhoutte

 

professor Willy van Eeckhoutte

 

ANDERE INFORMATIE OVER SOCIAAL RECHT:

klik op de afbeelding

 

 

           

 

          

 

 

Trefwoorden