Wikisoc - De vrije informatiebron over sociaal recht in België

Welkom op de WikiSoc blog

WikiSoc is een blog waarin prof. Willy van Eeckhoutte fouten signaleert in of vragen stelt bij informatie over arbeids- of socialezekerheidsrecht in de media.
Niet de zoveelste opinie, maar hard recht

Terug naar overzicht

One Day Interim en de CAO nr. 108

Leeft het ABVV zelf wel die cao na?

24 september 2014
De Standaard, dinsdag 23 september 2014, p. 28

Dat lijkt in ieder geval de kritiek te zijn van Federgon, de sectorale representatieve werkgeversorganisatie van “HR-dienstverleners” zij zichzelf noemt.

 

Obligatoire cao-bepalingen

 Inderdaad, “algemeen wordt aangenomen”, zoals men dat pleegt uit te drukken, dat tot de verplichtingen van de cao-partijen waarvan artikel 5 van de CAO-wet gewag maakt, behoren: de informatieplicht, de beïnvloedingsplicht en de vredesplicht. Zij worden geacht zelfs stilzwijgend deel uit te maken van elke collectieve arbeidsovereenkomst.

Eigenlijk zijn die verplichtingen niets anders dan de goedetrouwverplichting van het gemeen recht: wie als contractpartij mee een overeenkomst heeft gesloten, respecteert die loyaal. Wat cao's betreft, betekent dat de organisaties die de cao ondertekenden, zich ertoe verbinden

- hun leden correct te informeren over het bestaan, de inhoud en de draagwijdte van de cao,

- de cao bij hun leden te verdedigen en hen ertoe aan te zetten die na te leven,

- geen acties op te zetten of te ondersteunen die ertoe strekken die cao in vraag te stellen of aan te vechten.

 

Vormt de actie van het ABVV een inbreuk op de obligatoire bepalingen van de CAO nr. 108?

De collectieve arbeidsovereenkomst 108 van 16 juli 2013 betreffende de tijdelijke arbeid en uitzendarbeid bepaalt expliciet dat opeenvolgende dagcontracten voor uitzendarbeid bij eenzelfde gebruiker toegestaan zijn (art. 33, § 1).

Het bestaan van dagcontracten als zodanig aanklagen, lijkt dan ook in strijd met de obligatoire verbintenissen die het ABVV als ondertekenaar van de CAO nr. 108 aanging. Wie spijt heeft van zijn handtekening, moet maar trachten zich te bevrijden van de verplichtingen die de ondertekening met zich brengt. Dat kan. De CAO nr. 108 werd gesloten voor onbepaalde tijd en kan dus door elke partij worden opgezegd. De opzeggingstermijn bedraagt zes maanden (art. 43, eerste en derde lid).

 

En de andere helft van het verhaal?

 Maar artikel 33, § 1, van de CAO nr. 108 laat opeenvolgende dagcontracten voor uitzendarbeid bij eenzelfde gebruiker maar toe voor zover de nood aan flexibiliteit voor het gebruik van dergelijke opeenvolgende dagcontracten kan worden bewezen door de gebruiker. Een andere vraag is dan ook of de gebruikers die nood aan flexibiliteit wel bewijzen (en de uitzendbureaus erop toezien dat dit gebeurt).

Ongenoegen uiten ten aanzien van en actie voeren tegen niet- of foutieve uitvoering van een cao is natuurlijk niet in strijd met de informatie-, beïnvloedings- en vredesplicht.

 Is dat hier het geval?

 Om die vraag te kunnen beantwoorden, moet worden nagegaan wat precies het voorwerp is van de actie van het ABVV: het bestaan van dagcontracten of het misbruiken ervan in de zin van het niet-respecteren van de voorwaarden waaronder een beroep daarop toegelaten is volgens de CAO nr. 108. Ik heb niet de tijd genomen (noch de zin gehad) dat in concreto te onderzoeken.

 Maar wat vaststaat, is dat de CAO nr. 108 bepaalt dat als in de ondernemingsraad of in de vakbondsafvaardiging “bezwaren worden ingebracht” tegen het gebruik van opeenvolgende dagcontracten voor uitzendarbeid, “de meest gerede partij” het dossier van de betrokken gebruiker aanhangig “kan” maken bij het paritair comité van de sector waartoe die gebruiker behoort (art. 35, § 1). Is er bij de gebruiker geen ondernemingsraad of vakbondsafvaardiging, dan zou” een “individueel dossier bij “flagrant misbruik” “kunnen” worden voorgelegd aan het paritair comité van de sector waaronder de gebruiker ressorteert (art. 37, § 1).

En ongeacht of er een ondernemingsraad of vakbondsafvaardiging is bij de gebruiker, wanneer wordt geconstateerd dat eventueel “oneigenlijk gebruik” wordt gemaakt van opeenvolgende dagcontracten voor uitzendarbeid, “wordt” het geschil voorgelegd aan het paritair comité (art. 35, § 2, en 37, §2, van de CAO nr. 108). De interprofessionele representatieve werknemersorganisaties hebben zich dus verbonden misbruiken of oneigenlijk gebruik (eerst) op het vlak van het paritair comité aan te kaarten. De cao bevat informatie- en raadplegingsverplichtingen die het vakbonden mogelijk moeten maken misbruiken en oneigenlijk gebruik te onderkennen.

 

Conclusie

 De actie van het ABVV lijkt hoe dan ook juridisch niet echt in overeenstemming metde obligatoire verplichtingen die voor die representatieve werknemersorganisatie voortvloeien uit de CAO nr. 108.

 

Inschrijven

Updates ontvangen via mail?

WikiSoc volgen via Twitter

 

Wikisoc volgen via Google+

 

 

WAT? wx5 (wwwww) 

 Wij Willen Wettelijke Waarheden Weten 

 

De media verspreiden voortdurend informatie die rechtstreeks of onrechtstreeks juridisch is.

  

Wikisoc speurt naar nieuwsmededelingen met sociaalrechtelijke informatie die vragen oproepen (en probeert die vragen te beantwoorden).

 

 

VOOR WIE?

 

 Voor de (al dan niet eeuwige) student en voor al wie (minstens voor een stukje) leeft om te leren, zoals de auteur.

 

 

DE AUTEUR 

 

 

advocaat Willy van Eeckhoutte

 

professor Willy van Eeckhoutte

 

ANDERE INFORMATIE OVER SOCIAAL RECHT:

klik op de afbeelding

 

 

           

 

          

 

 

Trefwoorden