Wikisoc - De vrije informatiebron over sociaal recht in België

Welkom op de WikiSoc blog

WikiSoc is een blog waarin prof. Willy van Eeckhoutte fouten signaleert in of vragen stelt bij informatie over arbeids- of socialezekerheidsrecht in de media.
Niet de zoveelste opinie, maar hard recht

Terug naar overzicht

Vakbonden en aansprakelijkheid

niet voor stakingen, wel voor werkloosheidsuitkeringen

17 april 2015
De Tijd, vrijdag 17 april 2015, p.6

Na de uitleg over de cijfers is een korte toelichting over de juridische aspecten van de verantwoordelijkheid van de vakbonden voor fouten bij de uitbetaling van de werkloosheidsuitkering wellicht nuttig. Het gaat inderdaad om bepalingen die weinig of niet worden bestudeerd door de modale wetenschappelijke of praktische beoefenaar van het sociaal recht.

Statutaire verbintenis t.a.v. de werklozen

De betaling van de werkloosheidsuitkering is als zodanig niet toevertrouwd aan de vakbonden, maar aan de door hen opgerichte uitbetalingsinstellingen, die daartoe een erkenning moeten verkrijgen en behouden. Een van de voorwaarden voor de erkenning is dat de uitbetalingsinstelling statutair de verbintenis aangaat aan de rechthebbende de uitkeringen te betalen die hem verschuldigd zijn en die hem niet konden betaald worden wegens de nalatigheid of de fout van de instelling, inzonderheid indien documenten laattijdig werden overgemaakt (art. 17, § 2, tweede lid, 2°, Werkloosheidsbesluit). Dat is al een eerste vorm van responsabilisering, statutair dan nog wel.

 

Geen betaling als het recht niet vaststaat

 De uitbetalingsinstellingen van de vakbonden moeten de uitkeringen uitbetalen met inachtneming van alle wettelijke en reglementaire bepalingen (art. 160, § 1, tweede kid, Werkloosheidsbesluit). Zij mogen geen uitkeringen betalen voor de periodes waarvoor zij kan vaststellen dat de sociaal verzekerde als werknemer ingeschreven is in een personeelsregister of dat voor de sociaal verzekerde een aangifte van risico in de ziekte- en invaliditeitsverzekering bestaat (art. 160, § 3, eerste lid, Werkloosheidsbesluit).

 Aansprakelijkheid voor foute betalingen

Beginsel

Artikel 167 van het Werkloosheidsbesluit verklaart in zijn § 1 de uitbetalingsinstellingen expliciet aansprakelijk voor een hele reeks vergissingen of nalatigheden die zij zouden begaan, waaronder elke betaling die zij hebben verricht met miskenning van de wettelijke en reglementaire bepalingen. Zij zijn niet aansprakelijk als de verkeerde betaling te wijten is aan de werkloze zelf, tenzij het gaat om een aspect van nationaliteit, verblijfplaats of samenstelling van het gezin die de uitbetalingsinstelling kon en moest controleren door raadpleging van de gegevensbank van het Rijksregister en de Kruispuntbankregisters (art. 167, § 2, in combinatie met art. 134 ter Werkloosheidsbesluit).

 

Financiële gevolgen van de aansprakelijkheid

Elke onrechtmatig ontvangen som dient in beginsel te worden terugbetaald (art. 169, eerste lid, Werkloosheidsbesluit)

Dat gebeurt door de Rijksdienst voor arbeidsvoorziening (RVA), eventueel in samenwerking met de uitbetalingsinstelling ( art. 170 Werkloosheidsbesluit).

Wanneer de terugvordering niet slaagt, de uitbetalingsinstelling aansprakelijk is en zij bewijst alle mogelijke inspanningen te hebben gedaan om van de werknemer de terugbetaling van de ten onrechte betaalde sommen te, kan zij de oninvorderbare ten onrechte betaalde sommen ten laste leggen van “een voorziening” die gevormd wordt met de interesten die de uitbetalingsinstelling geniet op haar financiële rekening waarop de Rijksdienst voor arbeidsvoorziening de voorschotten stort voor de betaling van de uitkeringen (art. 168bis, § 1 en § 4, in combinatie met art. 26 Werkloosheidsbesluit).

De interest op de voorschotten waarmee de werkloosheidsuitkeringen moeten worden betaald, wordt dus in eerste instantie aangewend tot dekking van de ten onrechte betaalde sommen die niet terug kunnen worden gevorderd ook al heeft de uitbetalingsinstelling daarvoor alle mogelijke inspanningen gedaan.

Kan de uitbetalingsinstelling dergelijke inspanningen niet bewijzen, dan worden de sommen die niet terug te vorderen zijn, ten laste gelegd van de uitbetalingsinstelling en moeten zij aan de RVA worden terugbetaald (art. 168bis, § 3, tweede en derde lid, Werkloosheidsbesluit).

Het saldo aan interest dat overblijft na afhouding van de niet-terugvorderbare werkloosheidsuitkeringen die de uitbetalingsinstellingen niet zelf moeten terugbetalen aan de RVA, mogen de uitbetalingsinstellingen geheel of gedeeltelijk behouden als “opbrengst” (art.  168bis, § 6, eerste lid, en § 7, Werkloosheidsbesluit).

Hoeveel de uitbetalingsinstellingen van dat saldo mogen behouden, wordt berekend volgens een formule bepaald door het beheerscomité van de RVA, waarbij rekening wordt gehouden met de onvolledigheid van de dossiers toe te schrijven aan onzorgvuldig beheer (art. 168bis, § 9, Werkloosheidsbesluit). Op die wijze beoogt de regelgever een “optimalisering van het beheer” (art. 168bis, § 10, Werkloosheidsbesluit).

 

Conclusie

Op basis van de teksten kan worden besloten dat de uitbetalingsinstellingen van de vakbonden

  • verplicht zijn er goed op toe te zien dat de werkloosheidsuitkeringen alleen worden betaald als de werkloze daarop aanspraak kan maken en daartoe ook de instrumenten hebben gekregen,
  • ertoe aangezet worden ten onrechte betaalde werkloosheidsuitkeringen terug te vorderen doordat zij die bedragen zelf aan de RVA moeten terugstorten als zij onvoldoende terugvorderingsinspanningen bewijzen,
  • ook opdraaien voor de onterechte betalingen die het gevolg zijn van een nalatigheid van hunnentwege, maar voor de terugvordering waarvan zij zelf alle mogelijke inspanningen hebben gedaan, doordat die bedragen in mindering komen van het gedeelte van de opbrengst die zij krijgen van de interest die de voorschotten oplevert die de RVA hun stort om de werkloosheidsuitkeringen te kunnen betalen.

Inschrijven

Updates ontvangen via mail?

WikiSoc volgen via Twitter

 

Wikisoc volgen via Google+

 

 

WAT? wx5 (wwwww) 

 Wij Willen Wettelijke Waarheden Weten 

 

De media verspreiden voortdurend informatie die rechtstreeks of onrechtstreeks juridisch is.

  

Wikisoc speurt naar nieuwsmededelingen met sociaalrechtelijke informatie die vragen oproepen (en probeert die vragen te beantwoorden).

 

 

VOOR WIE?

 

 Voor de (al dan niet eeuwige) student en voor al wie (minstens voor een stukje) leeft om te leren, zoals de auteur.

 

 

DE AUTEUR 

 

 

advocaat Willy van Eeckhoutte

 

professor Willy van Eeckhoutte

 

ANDERE INFORMATIE OVER SOCIAAL RECHT:

klik op de afbeelding

 

 

           

 

          

 

 

Trefwoorden